• Het geeuwkasteel

    7 juni 2022

    Overgenomen van mijn blogpagina: 

    https://berkblog.home.blog                      

    Het geeuwkasteel

    Heel lang geleden lag in een grote nieuwbouwwijk, in een afgelegen provincie een klein kasteel met vier rode torentjes. Het was een kasteel dat lang geleden door een hele vervelende oorlogszuchtige graaf was gebouwd om zich te verdedigen tegen andere vervelende graven. Het kasteel was door de eeuwen heen blijven staan, omdat de mensen geen zin hadden om het af te breken. Zoals in de omliggende wijk, gebeurde ook in het kasteel niet veel. De hertogen waartegen oorlogen moesten worden gevoerd, waren overleden en spookten hinderlijk, vooral ’s nachts door de ijskoude, kale vertrekken. De overheid vond dat het kasteel een monument was en besloot daarom een koning en koningin aan te stellen. Ze mochten helemaal niets beslissen, zoals alle koningen en koninginnen van vandaag, maar ze hadden gratis kost en inwoning. Dus vele mensen meldden zich aan en er werden twee kandidaten uitgekozen van wie men weinig weerwoord verwachtte. Ze zagen er bovendien goed uit en ze waren uitgesproken lui. Ze kregen een werkelijk monsterachtig grote televisie en een bank met een anti-doorligmat.

     

    Zo lagen zij de hele dag humeurig op de bank naar te kijken. Hun namen werden niet bekend gemaakt. Wij kunnen stellen dat zij nooit een programma konden waarderen, maar zij keken

    eigenlijk toch het liefst naar bewegende beelden. Naast het kijken was hun enige beweging het bewegen van hun kaakspieren: zij geeuwden de gehele dag.

     

    “Huh,” geeuwde de koning en hij krabde aan zijn achterwerk.

    “Huh,” geeuwde de koningin en zij peuterde tussen haar kiezen.

    “Weer niks op tv,” zuchtte de koning.

    De koningin van de nieuwbouwwijkers kon haar ogen niet meer open houden.

    Toen gebeurde er na drie maanden vervelen een niet in het scenario opgenomen voorval.

     

    Er werd op de poort van het kasteel geklopt. Driemaal. Hard.

    De koning keek even op. Legde daarna zijn hoofd weer neer.

    “Er wordt geklopt, liefje,” geeuwde de koningin.

    ‘Dat zijn de geesten van de slotgracht,’ fluisterde hij. ‘Stond in de informatie die we kregen. Toen jij zat te bellen met je moeder.’

    ‘Maar geesten komen niet overdag, het moet iemand anders zijn, misschien een monster.’ En zij beefde met haar onderlip.

     

    Een lakei trad op hen toe. Ook hij was in dienst van de gemeente en vond het een waardeloze baan. Voorheen had hij op de vuilniswagen gestaan, maar een robotauto was goedkoper en daarom was hij overgeplaatst naar het paleis. Hij kreeg een kostuum waartegen hij wild had geprotesteerd. Nu droeg hij alleen het kakelbonte, roodoranje jasje bovenop een gescheurde jeans. Hij had dreads, dus leek helemaal in geen opzicht op een lakei. Daarbij had hij op zijn neus een merkwaardige bril met blauw montuur. 

    “Er staat een man aan de deur sire. En hij wil muziek maken.Voor u.”

    De koning wuifde met zijn hand.

    “Weg, huh,” gaapte eruit zijn muil. ‘Ik mag hier niemand ontvangen. Dat zijn de regels.’

    De lakei ging mopperend weg. ‘Ik vraag mijn ww aan. Ik ga gif doen in jullie bier, net zoveel dat je niet doodgaat, dan word ik ontslagen, krijg ik mijn uitkering en ga ik thuis ook op de bank liggen. Varkenskloten.’

     

     

    ‘Je doet maar, tokkie,’ zei de koning. ‘Ga nou maar, ouwe gek. Ze wachten op je.’

    De lakei vloekte zich een weg door het kasteel. En even later kwam hij terug.

    Terwijl hij in zijn neus peuterde en de pulk opat zei hij: “De eikel aan de deur laat zich niet wegsturen. Hij zegt dat hij niet eerder weggaat dan dat hij de  tomeloze verveling heeft verdreven.”

    Maar de koning luisterde niet.

    En ook de koningin luisterde niet.

    Zij waren allebei in slaap gevallen.

    De lakei haastte zich terug naar de poort. Hij vertelde aan de zanger dat de koning geen

    interesse had in zijn gezang. Maar de zanger zei: “Ik ga niet weg.”

    En hij pakte zijn gitaar en begon een lied te zingen.

    Helemaal alleen stond hij  daar te musiceren. Hij was een singersongwriter die vroeger heel bekend was, maar in zijn lange loopbaan had hij zijn vrouw, zijn kinderen, zijn manager, zijn boekhouder, zijn moeder en zijn hond bedrogen op honderd verschillende duistere manieren en nu was het verboden zijn naam nog ergens te noemen. Als om zijn ziel te zuiveren van zijn kwade daden, zong hij maar door. Zelfs zolang tot hij grijs begon te worden en een lange, grijze baard had gekregen. De snaren van zijn instrument waren versleten, net als zijn vingers.

    De koning en koningin waren inmiddels overleden. Omdat ze geen kinderen hadden gekregen, werd door de overheden gezocht naar een nieuwe koning. Ze vonden een jongeman die veel van windsurfen en discodansen hield. Hij maakte van zijn leven een groot feest, want hij had een steenrijke papa die niet teveel eisen aan hem stelde.

    “Wil jij koning worden?” vroeg  het oudste gemeenteraadslid, op het strand.

    “Ja hoor,” riep de jongen terwijl hij een backflip maakte. “Wat moet ik dan doen ?”

    “Niet veel,” zei de man somber. Hij was een eerlijk mens die altijd de waarheid probeerde te spreken en daarom had hij het niet gemakkelijk in de Romeinse arena van de politiek.

    “Da’s mooi,’ zei de surfer. “Dan hou ik tijd over om te surfen. Wat schuift het ?”

    “Kost en inwoning gratis,” zei de heer zuinig en een onkostenvergoeding..”

    “Yes!” zei de jongen en hij stak zijn hand uit. Een eigen home. Dat was een zeldzaamheid in deze tijd, zelfs voor een kind van een oligarch. Hij nam zijn intrede in het kasteel en merkte dat de televisie aanstond en dat er twee geraamtes op de bank lagen. ‘U moet hier verblijven,’ zei de politicus. Weggaan is niet de bedoeling, behalve buiten de diensturen.’

     

    Derhalve moest hij hele dagen verplicht op een bank liggen en tv kijken. Hij bleek ook een stokdove lakei te hebben, die zich voortbewoog in een rolstoel. De oude had dreads en vloekte werkelijk verschrikkelijk, zodanig dat zelfs de nachtgeesten er over klaagden.

    Hij kon niet van slapen van hun krijsende gejammer. En zij gooiden werkelijk alles om. Potjes, vazen. Schilderijen werden van de muur getrokken. De spoken leken op hooligans na  een verloren voetbalwedstrijd.

     

    Alsof dit nog niet genoeg was, meende hij dat hij tijdens een frisse winternacht iemand horen zingen, het was een helse zang of iemand in de hel gebraden werd aan een spit.

    De volgende morgen schreeuwde hij in het oor van de hoogbejaarde lakei, die hem zijn ontbijt en zijn aspirine bracht, wat dat nocturnische kabaal was geweest. De lakei schrok even van de vraag.  ‘Ellendig,’ zuchtte hij.  “Dat is die mislukte zanger, die zingt al zolang ik hier werk voor de deur. Afschuwelijk. Ik heb hem al tien keer in de slotgracht gegooid, maar hij verzuipt niet. Hij komt altijd weer boven.’

     

    De interesse van de surfer was gewekt. Hij kleedde zich aan en opende de vermolmde poort van zijn geeuwkasteel. Daar stond dan die merkwaardige zanger. Hij was grijs, met haar tot op de grond. Hij was behangen met blaadjes, spinrag en schimmel. Ook zijn gitaar was bijna vergaan, maar toch zong hij door. Hij stak zijn duim op, net als een echte artiest en riep alsof hij publiek zag: ‘Dankjewel, dankjewel, dankjewel.’

    “Dag zanger,” zei de jongen veel te beleefd en hij stak geen hand uit.

    “Zin in een pilsje ?”

    De zanger wist niet wat hij hoorde. Dat was voor het eerst in vijfhonderd jaar dat iemand hem iets aanbood. Hij ging in op het aanbod. Ze scharrelden naar binnen. Hij kreeg zijn bier en was zichtbaar blij.

     Hij zei: “Dat is lekker, gave kerel ben jij. Je zorgt goed voor me.’

     De jongen dacht dat nu het ijzer heet genoeg was om het goed te gaan smeden en afscheid te nemen van de gewielde 100- jarige, de wilde spoken en het langdradige leven.

     

    “Luister,” zei hij vastberaden.  “Wil jij nu koning zijn, als ik weg ben, je mag zoveel bier zuipen als je wilt. Pak maar uit de koelkast.’

    “Toppie,” riep de zanger en hij ging op de bank staan. Die zakte direct door z’n poten.

     

     De lakei verschoot van kleur. “ Ik moet weer verder zingen,” sprak de zanger. “Het is mijn

    leven,” en hij pakte de restanten van zijn gitaar en krijste een zelfgeschreven lied.

    Was het een toeval dat uit de beeldbuis een rookwolkje kwam ?

    “Ouderdom,”sprak de jongen. Hij besloot niet langer af te wachten en het erebaantje gedag te zeggen.  ‘Eh, ik ga naar the beach, tot kijk.’

     

    En hij was al weg. En hij kwam nooit meer terug. Hij surfde met een goede wind, naar een ver tropisch eiland en  trouwde met een onderdanige inlandse, die hem twee jaar later vermoordde met een bijl.

    Maar de ‘koning’ zong en de lakei reed zichzelf de gracht in. Toen hij na dagen werd gevonden, onder een meerkoetjesnest, stierf de zanger, midden in een romantisch refrein. Hij bleef staan met een open mond en wijd open ogen achter zijn blauwomrande bril.

    De mensen in de nieuwbouwwijk merkten het direct. De slager legde zijn mes neer en riep tegen een klant: “Het lijkt wel of dat gegil er niet meer is..”

    “Je hebt gelijk,” zei de klant, een wijkverpleegkundige, en samen gingen ze naar het geeuwkasteel.

    Daar stond de eeuwenoude deur wagenwijd open en vonden ze de zanger, rechtopstaand met zijn gitaar als een geweer voor zich uit. Dood als een pier.  “Het is een wonder,” zei de slager.

    “Het is een groot wonder,” zei de  vrouw. ‘En het is heerlijk. Wat een rust, ik heb al in geen jaren meer een vogeltje horen zingen.’

    En zoals dat gaat in politieke gemeentekringen kwam er een commissie tot verder behoud

    van het geeuwkasteel en van de betreurde zanger. Men besloot de monarchie af te schaffen en van het kasteel een museum te maken.De overleden muzikant zorgde met zijn dramatisch verlopen leven en bijna eeuwige leeftijd voor een gevulde kassa. Vergelijk het met het ook weinig zeggende beeld van het plassende jongetje in Brussel. Daarom heen, in die buurt, wordt goed verdiend door een menigte winkels en horecabedrijven aan een beroemd beeld, waarvan eigenlijk niemand weet waarom het beroemd is.

    Het werd erg levendig en bedrijvig in de wijk en vanuit de hemel keek de zanger gelukkig

    naar beneden.Hij had het leven teruggebracht onder de mensen, al duurde het  misschien wel wat lang. Wel vond hij het saai in het eeuwige hemelrijk en ergerde hij zich aan de lakei die steeds naar hem riep dat zingen nu echt alleen een zaak was van de engelen.

     

     

     

    Lees meer >> | 2 keer bekeken

  • Foto van een gevlucht meisje, februari 2022

    6 maart 2022

    Ze slaapt en heeft een roze muts. Ze ligt met haar hoofd op een witte koffer.

    Ze is een jaar of zeven. Denk ik. Ik zie haar moeder niet. Of is dat de vrouw daarachter?

    Het is goed eens heel precies naar een foto te kijken.

    Er is een berg aan foto’s en video’s, maar hoe goed kijken we?

    Het kind slaapt, ze moet heel moe zijn. Ze heeft een jas aan, een bruine jas met een kraag. Ze ligt op haar rechterzij. Ze draagt een donkerblauwe spijkerbroek en heeft haar linkerbeen opgetrokken.

    Haar gezicht is ontspannen, maar in haar dromen, zo vul ik dat in, rommelt het.

    En ze droomt:

    Van doffe dreunen, paniek, spullen pakken, mama’s hand, kom op, je jas aan, je hamster in een doosje doen. Snel naar de auto. En papa doet het portier dicht en mama rijdt. Waarom gaat papa niet mee? Daarom moet ze huilen. Ze wil naar hem zwaaien, maar dat kan niet. Ze rijden. Ze staan stil. De auto uit. Naar een station. In een overvol rijtuig. Een aardige,  oude  mijnheer geeft haar snoepjes.

    Vliegtuigen in de lucht, dan is iedereen even een moment bang. Waar gaan we heen? vraagt ze. Maar ze krijgt geen antwoord en dan heel veel later, heel veel later zijn ze op een treinstation in een vreemd land. Er zijn heel veel mensen die dwars door elkaar lopen.  Jonge mensen, oude mensen. Huilende mensen.

    Mama houdt haar vast. Dan ziet ze die witte koffer. Ze legt haar hoofd neer en valt in slaap.

    Haar hamster zingt een liedje voor haar:

    Eendje op de rivier Tisyna

    Eendje op de rivier Tisyna

    eendje op de rivier Tisyna

    moeder scheld me niet uit

    moeder scheld me niet uit

    als je me uitscheld in het donkerste uur

    als je me uitscheld in het donkerste uur

    wie weet waar ik dood ga

    wie weet waar ik dood ga

    Ik zal begraven worden in een vreemd land

    Ik zal begraven worden in een vreemd land

    wie graaft mijn graf?

    wie graaft mijn graf?

    Hoe kan ik er geen spijt van hebben zoon

    Hoe kan ik er geen spijt van krijgen zoon

    je lag in mijn hart

    je lag in mijn hart

    Bron: Katie Melua Facebookpagina

    https://www.facebook.com/katiemeluamusic/videos/703047420859887

    Ze wordt wakker en mama trekt haar omhoog. Ze moet een bus in. Ze hoort een onbekende taal. Ze verlaten het station en waar de bus heen gaat, weet ze niet. Ze verdwijnen in het onbekende land.

    De fotograaf kijkt op zijn scherm. Een slapend kind op een koude stationsvloer. Een onschuldige weggerukt uit haar veilige huis. Zij heeft niet gemerkt dat hij

    de plaat nam.  

    En ik zal de foto, die op een pagina van Aljazeera stond, overnemen en ik vraag

    u goed naar het plaatje te kijken en u te realiseren waar u  naar kijkt. Want dat

    is de essentie van deze opname: het afschuwelijke noodlot dat onschuldige

    mensen kan treffen. Geen ver- van- je- bed show, maar een nabije

    werkelijkheid, die vraagt om een dieper begrip en een bredere actie.

    Ik plaats de foto hieronder, concentreer u  en kijk goed wat u ziet:

     

    Deze foto is overgenomen van AlJazeera News en betreft het station van Przemysl in Polen. Ik heb de naam van de fotograaf niet kunnen achterhalen. 

    Deze tekst is ook gepubliceerd op: www. sjoerdberk.blogspot.com                                            en:                                                   www.berkblog.home.blog

     

     

    Lees meer >> | 3 keer bekeken

  • Voorlezen op mijn You Tube kanaal

    15 februari 2022

    Op mijn kanaal vertel ik over kunst en literatuur. Ik start met het voordragen van een gedicht van Hans Lodeizen:

    https://www.youtube.com/watch?v=aVrq4CIMP9Q&t=28s

    Lees meer >> | 5 keer bekeken

  • Zal ik morgen wakker worden (de laatste beving)

    15 februari 2022

    Een oude man uit Groningen denkt aan zijn verleden en met zorg aan het heden. Hij schrijft: 

    Ik sluit het raam, dat raam met een kruis

    voor langverdroogde planten

    en doe het licht uit

     

    mijn wollen sokken

    hangen misdadig stinkend op een stoel

     

    naast mijn kapiteinspet

    en mijn broek vol zand en olie

     

    Ameland uit de tedere toren

    verlichtlichtverlicht een vissersschip

     

    in dit smalle bed ben ik geboren

    jij bent er nooit meer teruggeweest

     

    mooistemissnelly van Nieuweschans

    de zeewaddenwind rimmelt aan de stoffige ruitjes

     

    het roestige hek kraakt

    en water lekt in de zinken emmers

     

    ja, van gejutte materialen, een schoen van een verdronken matroos, een net zonder vissen, een reddingsboei,

    maakte ik een rokend schilderij voor jou

    met benzine en de laatste lucies, op het strand, dat was het,

     

    nee, omgesmoltenwegversmolten liefde, ingelijst aan de vermolmde houten keverwand, dat was het,

    de pannen klepperen boven ons ooievaarsnest op Lauwersoog

     

    en het Haagse gas zal gaan beven

    in Groningse klei

    zal ik morgen wakker worden

    ik zoek je linkerhand met de ring,

    dan valt de muur op mij.

     

     

    Lees meer >> | 3 keer bekeken

  • De haas en het konijn

    1 november 2020

    De haas en het konijn

     

    De haas en het konijn zaten gezellig aan een kopje thee in het open veld bij een oude eik.

    ‘Lekker rustig,’ zei de haas.

    ‘Ik vraag me af of het verstandig is hier te blijven zitten, ‘ zei het konijn.

    ‘Lekker groot land, kun je lekker in rennen.’

    ‘Want er komen donkere wolken aan.’

    ‘Nou en? vroeg de haas.

    ‘Daar kan onweer uit komen. Komt vaak genoeg voor als het weer afkoelt na een warme dag als vandaag.’

    ‘Ja, het was lekker hot man, supersupersuper……..’

    ‘Ik vond het puffen.’

    ‘Jij denkt teveel man. Laten we een wedstrijdje doen, wie het hardst kan rennen.’

    ‘Niet zo’n zin an.’

    “Dan ren ik lekker zelf!’

    De haas rende weg naar de horizon en weer snel terug. Hagelkorrels vlogen over zijn lange oren.

    ‘Lachen man, ze schieten op me,’ grijnsde hij.

    Het was inmiddels donkerder en donkerder en donkerder geworden.

    De bliksem sloeg oorverdovend met duizenden volts in de eeuwenoude eik, die

    In twee stukken werd gespleten. Er kwam rook uit en de stam werd zwart en smeulde na.  

    De haas juichte bij het aanschouwen van het natuurverschijnsel. Wow! Superpower! Hij trappelde met zijn achterpoten en flapperde met zijn dikke staart.

    Konijn lag naast hem. Getroffen als de eik, door dezelfde bliksem.

    ‘Zie je nou wel?’ riep de haas. ‘Je moet rennen, dan blijf je bewegen!’

    Hij rende weer door de velden en rende terug naar de eik. Hij hoopte dat zijn enige vriend daar weer zou gaan mopperen.

    Maar bij die vriend zaten een vos en een gier en ze maakten ruzie over wie hem mocht opeten.

    Ze trokken ieder aan een deel van het arme beest en dreigden hem te

    verscheuren.

    Nogmaals sloeg de bliksem toe. Een daverende knal galmde over het lage land.

    De gier liet los, van schrik, en vloog weg. De vos werd geraakt in zijn staart. Het

    dier liet ook los en verdween krijsend van het veld.

    De haas zat alleen bij het getroffen lichaam van zijn vriend. ‘Nu ben ik alleen,

    oude mopperkont en mis ik je.’

    De vrouw van de haas kwam bij hem en ging naast hem zitten. ‘We moeten je vriend begraven,’ zei ze.

    En dat deden ze. Ze groeven een diep gat en legden hem erin.

    Ze spitten aarde over hem heen, tot ze hem niet meer zagen. “We gaan hier weg, voorgoed,’ zeiden ze en ze verdwenen voorgoed.

    Onder de aarde werd het konijn wakker. De bliksem had zijn brein verdoofd,

    maar zijn hart laten kloppen. Hij schudde de aarde van zich af en keek om zich

    heen. De haas was nergens. De eik was in stukjes. Waar is iedereen? Vroeg hij

    zich angstig af. In de boom zat een vale gier. ‘Goedemorgen,’ zei het konijn.

    ‘Weet u misschien waar mijnheer de haas is?’

    ‘De haas?’ lachte de gier. ‘Die is getroffen door de bliksem, wist je dat niet?’

    ‘O, wat erg,’ zuchtte het konijn. ‘Hij smaakte niet eens zo lekker,’ lachte de grijze leugenaar.

    En zo dronk het konijn alleen van zijn earl grey thee. Hij mopperde op zichzelf dat hij mee had moeten rennen en dat hij niet zo had moeten zeuren.

    De zon kwam langzaam op en sprak tot het konijn. ‘Ik ga je opwarmen en daar moet jij van genieten.’

    ‘O, dank u,’ zei het konijn. ‘Ik ga het zeker doen.’ Maar een traan van ellende drupte in zijn kopje, want hij besefte dat naast de stralen van de zon niets zoveel warmte kan geven als de vriendschap van een rare haas.

     

    Lees meer >> | 21 keer bekeken

  • Meer van mijn verhalen op: https://berkblog.home.blog/

    18 oktober 2020

    Meer van mijn verhalen vind je op: https://berkblog.home.blog/

    Veel plezier!

    Lees meer >> | 12 keer bekeken

  • Rogbewoner Oceanium dient klacht in

    18 oktober 2020

    Het mooiste aan diergaarde Blijdorp Rotterdam is het Oceanium, een aquarium van ongekende afmetingen. De vissen, schildpadden en haaien  zwemmen naast je, met je mee, en boven je hoofd. Je wordt er zowat duizelig van.Maar deze tunnel van water is een ervaring om nooit te vergeten. Tenzij je gaat diepzeeduiken, dan wen je eraan, zoals alles op den duur gewoon wordt.
    Een rog, een platte, driehoekige vis met een venijnige angel, bleef boven me hangen en opende zijn mond. Het was alsof het beest iets zeggen wilde. Dat was natuurlijk onzin. Een rog en ik hebben elkaar niet veel te zeggen. Wel vinden we elkaar heel vreemd: ik hem met zijn bluppende bek en zwiepende staart en hij mij met die neus, die bril erop, die achterlijke regenboogkleurenpet, die blanke benen in dat krappe korte broekje, en dan dat fototoestel op die welvarende buik.
    ‘Je kan niet zwemmen, stuk zeewier,’ lacht hij tandeloos. ‘Dat kan ik wel monster,’ playback ik terug, ‘ik heb een A en een B-diploma, stomme rog.’
    We kijken elkaar aan,‘Nee hoor, grapje,’ liplees ik, ‘ik vind je best aardig. Hoe vind  je mij?’Ik maak een foto van hem, met behulp van flitslicht. Hij zwemt verblind weg om zijn beklag hierover te gaan doen bij de directie van Blijdorp.  Want ook dierentuinbewoners gaan mee in de emancipatie van verdrukte minderheden. Maar hoe kan ik nou weten dat zulke wezens ogen hebben? Heb je toch niks aan in het donker?

     Diergaarde Blijdorp:
     Blijdorplaan 8, 3041 JG Rotterdam
     0900 1857 

    Lees meer >> | 19 keer bekeken

  • Zo had het kunnen zijn, als Johan tenminste niet zo stom was geweest.

    18 oktober 2020

    We hadden kampioen kunnen zijn, kampioen van de 25e klasse der voetbalamateurs van Nederland. Maar het is niet gebeurd. Het is anders gelopen. Dat is de schuld van Johan, onze regelneef. Johan regelt alles voor ons team, maar de laatste tijd gaat het niet zo goed met Johan. Laatst had hij de kleding van het dameselftal bij zich. Hij begint kinderachtige grappen te maken. Tijdens de voorlaatste wedstrijd liep hij zomaar het veld op en zei tegen de scheidsrechter: ‘Weet jij waarom een Engelsman zijn paraplu wegdoet als hij een Duitser tegenkomt? Omdat die Duitser telt: eins, zwei, drei..’ Nou, van dat soort grappen. Voetbalhumor is best flauw, maar dit.

    En het is niks voor Johan. Vroeger was hij rechter, hij was zeer geleerd, wel een tikkie vreemd was hij toen. Maar dankzij hem zijn we geen kampioen, want hij regelde de spelersbus naar de kampioenswedstrijd. We hadden nog maar 1 punt nodig om FC Buitenspel de baas te blijven in de competitie. Een gelijkspelletje, meer niet!

    We reden weg en onderweg zagen we plotseling veel water naast ons stromen. En daarna koeien en veel weilanden. En toen zei  Karel, onze spits: ‘Hee jongens, dit is Friesland!’  Maar toen waren we al bij het knusse stadionnetje van Hardegaryp. Het was er verlaten, de fans stonden er niet. Frank, de doelman, zocht op internet waar de wedstrijd stond gepland: in Venlo! We hadden nog 10 minuten. Zelfs met een straaljager zouden we niet op tijd komen. En niet verschijnen bij een wedstrijd betekende verloren punten en dus geen kampioensschaal. Die ging gewoon naar de bierbuiken van de FC Buitenspel. Iedereen was woedend.

    We sloopten de bus tot er alleen nog wielen stonden en Johan bonden we met een touw om zijn nek aan een Friese eik. De hond. Toch hebben we deze week zijn 95e verjaardag  gevierd, want je moet kunnen vergeten en vergeven. Hij heeft een taart gekregen met een foto van het hele kampioenselftal. Hij is in de veronderstelling dat we the champions zijn en dat hebben we maar zo gelaten.  Ja, het had zo kunnen zijn, als Johan tenminste niet zo stom was  geweest. Onze vrouwen zeggen dat we voortaan zelf ook beter op moeten letten. En dat is een goeie les.  

    Uit: 333 dingen om te schrijven: Schrijf een verhaal dat eindigt met de zin: Zo had het kunnen zijn, als Johan tenminste niet zo stom was geweest.

    Lees meer >> | 9 keer bekeken

  • Bedenk een luxeprobleem waar je eens iemand over hebt horen klagen. Schrijf nu een recht voor zijn raap adviescolumn aan degene met dat probleem

    14 september 2020

     


     

    Beste Julia,

    Jij hebt een probleem, zeg je. Je klaagt er de hele dag over op ons advocatenkantoor. Ik word er groen en geel van, van jouw probleem. Het is namelijk geen probleem, het is een luxeprobleem, dus geen echt probleem. Het is misschien een probleem voor jou, maar niet voor mij, niet voor de collegae en de rest van de juridische wereld.

    Jouw probleem is het volgende: welke tas zal ik volgende week meenemen op mijn vakantie naar Ibiza? Zal ik mijn rode tas op wieltjes meenemen of mijn roze weekendtas met het opschrift: ‘I love lesbian.’ Je bent niet eens lesbisch. Jouw probleem is dat jij aandacht wil, Julia, want niemand van onze afdeling wil weten dat jouw rode tas op wieltjes zo handig is op het vliegveld om mee naar de incheck te rollen. Weet jij wel hoeveel tenen jij daarmee beschadigt, Julia?

     

    En besef jij wel dat zo’n wieltje af kan breken? Julia, onder ons: jij hebt geen 30 liter koffer nodig en geen 30 liter tas. Ik reken je voor wat je nodig hebt: een miniscuul bikini’tje, een pakje condomen, je aansteker, een toilettas met je tandenborstel en pasta en meer niet. Je haarborstel laat je thuis. Krijg je zo’n lekkere wilde Ibiza haardos van.

    En doe deze spullen in een Dirk van den Broek tas. Morgen ga ik deze brief hardop voorlezen als jij weer over je tassenprobleem begint. Zo hard mogelijk, want jij hebt recht op de waarheid.

     

    Je collega Bianca

    Nb: stop met kijken naar Patrick, want hij is van mij (al weet hij dat nog niet) 

     

    Uit: 333 dingen om over te schrijven  

    Lees meer >> | 18 keer bekeken

  • Ze heeft het dagboek gesloten

    10 september 2020

    Ze heeft het dagboek gesloten. Er zit een mooi slot op het roze boekje. Maar tevreden is ze niet, want ze wil stoppen met haar gezwijmel over Patrick. Want Patrick ziet haar helemaal niet staan. Als hij voorbij loopt, wil hij nog net naar haar zwaaien, maar meer niet. Ze begrijpt niet wat ze in het joch ziet. Een lange, dunne jongen met een schaterlach, rood haar en groene ogen.

    Maar toch, ze houdt van hem. Ze is 10 jaar en ze heeft al een heel dagboek over hem geschreven. Ze heeft heel wat tranen gehuild in haar kussen dat hij haar niet leuk vindt, maar ze weet nu zeker dat ze geen verkering gaan krijgen. Ze zullen nooit samen zijn en stiekem zoenen in de duintjes.

    En daarom moet het dagboek weg, vandaag nog. En hij moet uit haar hoofd, de ellendeling. Weg met Patrick. Weg met jongens die alleen naar zichzelf kijken en niet naar haar. Is zij soms niet knap genoeg?

    Ze zal hem krijgen. Maar eerst moet het boekje weg. Verscheuren is te lastig en het zou mama misschien op kunnen vallen in de prullenbak. Verbranden dan? Dat zou kunnen, maar dan buiten. Dan zou ze vies kunnen worden en ook vragen krijgen.

    Er is een betere oplossing: de bunker in het duin. Een prima ding voor alles waar je meteen van af wil. Jammer dat Patrick er niet in past.

    Ze loopt de flat uit en loopt naar buiten.  ‘Hallo Monica,’ hoort ze achter haar. Het is de buurman, die aardige man die weleens een pepermuntje geeft. Ze weet wel dat mama zegt dat ze geen snoepjes van vreemde mannen mag aannemen, maar van deze man durft ze het wel. Ze vindt het wel jammer dat hij altijd ’s avonds zijn toonladders gaat oefenen, zodat ze TOPPOP harder moet zetten. De man houdt heel erg van zingen. Dat kun je hem niet kwalijk nemen.

    ‘Wat kijk je verdrietig,’ zegt hij. ‘Is er iets gebeurd?’

    Monica schudt haar blonde hoofd. ‘Nee hoor,’ zucht ze. ‘Er is niks.’ En ze denkt aan haar liefdesverdriet. Hebben andere kinderen dat ook weleens? vraagt ze zich af. Ben ik normaal? ‘Nou dag hoor,’zegt de man. ‘Doe je de groeten aan je moeder?’ Ze knikt. Dat vraagt hij altijd. Volgens mij is hij verliefd op mijn moeder, denkt ze.

    Ze rent door de duinen vol met zijn kromgebogen eikjes naar de bunker, een betonnen ding onder het zand. Het ligt vlak achter de school, verscholen onder een heuvel. Het is gemaakt door de Duitsers uit de laatste oorlog. Zij verschuilden zich daar in. Tegen bommen, denkt ze. Maar het gat aan de bovenkant is open. Er kan een man doorheen. Aan de binnenkant ziet ze een stalen ladder, die naar beneden loopt. Snel dat boekje erin. Het duurt lang eer ze de klap hoort, zo diep is het. Ze hoort iemand roepen: ‘Hee!’ Het zal toch geen verdwaalde Duitser zijn? Snel klopt ze het zand van haar kleren en rent weg. 

    Op het schoolplein is haar vriendin Erica misschien. Ze loopt er naar toe. De school ligt omgeven door de duinen, te bakken in de zon.

    Ze ziet Erica niet. Wel Jonas, een jongen die bij haar in de flat woont, maar dan een verdieping lager. ‘’Hallo Monica,’ zegt hij grijnzend en hij toont een roze boekje. Haar mond valt open voor ze gedag kan zeggen. Het is haar boekje,  haar dagboek vol met alles over Patrick!

    ‘Ik heb wat gevonden van je in de bunker,’ grijnst Jonas. ‘Leuk hoor al die tekeningen over Patrick.’ Hij laat een pagina zien met een groot rood hart met een pijl erin.

    Monica voelt de grond onder haar wegzakken. Jonas heeft het boek met al haar geheimen in handen. De rotzak, de gemene rotzak. De schoft, de ellendeling. Hij zat verstopt in de bunker.

     Ze rent op hem af. Hij houdt het boekje in de lucht. ‘Pak hem dan!’ roept hij plagerig en hij rent weg.

    Het wordt nog erger. Hij roept: ‘Ik ga alles aan hem vertellen, alles, alles!’

    ‘Nee,’ roept ze, ‘dat doe je niet!’

    En toen kwam ik op het schoolplein. Monica was mijn buurmeisje. Ik vond haar leuk en sportief. Als zij zich verveelde tijdens haar huiswerk maken, begon ze klopgeluiden te maken. Ik klopte dan terug.

    ‘Geef mijn boekje terug!’ riep ze.

    Jonas had niet in de gaten dat ik achter hem stond. Ik begreep wat er was gebeurd en het was vrij eenvoudig het boekje uit zijn kolenschoppen te grissen. Ik wierp het naar Monica. Daarna was het minder eenvoudig: Jonas kreeg mij bij mijn bloemige t-shirt te pakken en gooide me op de grond. Daarna ging hij bovenop me zitten en sloeg op mijn neus. Hij had me zeker vermoord als er niet een oude meester naar buiten was gekomen.

    ‘Hee, laat dat!’ riep hij. ‘Ophouden!’ Jonas liet snel los en ging er van door. Ik voelde aan mijn neus. Hij zat er nog aan. Maar het bloedde.

    We gingen naar huis. Mijn moeder schrok een beetje en waste mijn gezicht. Daarna keek ze naar het boekje. ‘Wat er is met je poezieboekje gebeurd?’ vroeg ze. ‘Ik maak het wel even schoon.’

    ‘Maar u mag er niet in kijken,’ zei Monica.

    ‘Beloof ik,’ zei mijn ma. Ze ging naar de keuken.

    ‘Wat staat daar in?’ vroeg ik, toen we in mijn kamertje stonden.

    ‘O,’ zei Monica. ‘Van alles over Patrick.’

    ‘Patrick?’ Ik kende hem niet.

    ‘Ja,’ zuchtte ze verdrietig. Ik zag een traan.

    Ik pakte mijn roodbruine cavia uit zijn kooitje en gaf hem haar. Ze

    aaide hem.

    ‘Weet je,’ zei ik. ‘Ik heb ook zoiets. Een meisje uit mijn klas. Ze heet

    Bregje.’ De cavia begon te knorren.

    ‘Ze kwam bij ons in de klas vorig jaar en ze viel me niet op. Maar toen

    merkte ik dat ze vaak bij me stond, dichtbij. Als we speelden.’

    Monica knikte.

    ‘En een keertje stond ik per ongeluk dichtbij haar. Ze zette haar

    fietsje in het fietsenhok. Ze keek me aan en lachte en toen..’

    Monica stond op. ‘Het gaat regenen,’ zei ze.

    ‘Toen keek ik van heel dichtbij in haar ogen.’

    Monica zette de cavia terug. ‘En toen?’

    ‘Toen zweefde ik door het fietsenhok. Het was heel vreemd. Haar

    ogen waren de mooiste die ik ooit gezien heb. Kristalblauw. Zo prachtig.’

    ‘Alsof je zo oud bent, gekkie,’ lachte Monica. ‘Maar ga door:

    gingen jullie zoenen?’

    ‘Nee,’ zuchtte ik. ‘Het bleef bij kijken. Ik weet niet wat ik tegen haar  moet zeggen.’

    ‘En ik weet het wel,’ zei mijn moeder. ‘Hier is je boekje Monica. Wees

    maar zuinig op die mooie gedichten.’  

    Monica pakte het boekje en drukte het tegen haar borst.

    ‘Nou, bedankt!’ zei ze verlegen.

    ‘Ik ga, ik moet nog huiswerk maken.’

    ‘Dag,’ zei ik. ‘Morgen bramen zoeken?’ In het duin groeiden heel veel bramen. Meer dan onze moeders jam van konden maken.

    Ze knikte. Ze lachte nog even naar me en hipte de deur uit.

    Ik ging terug naar mijn kamer. Natuurlijk dacht ik weer aan die

    mysterieuze blauwe ogen. Ik schreef Bregje op mijn schoolbord en

    zag toen pas een stuk papier op de grond liggen. Het was een losse

    bladzijde uit het dagboek van Monica. Op iedere regel stond tien keer

    mijn naam. Daaronder een groot hart met een pijl, ook weer met

    mijn naam. Ik was Patrick!

    Ik klopte op de muur met signalen het alfabet: ik- hou- van- jou. Het

    duurde even, toen hoorde ik: dikke - zoen.

    En de zon ging rood onder boven de haven en van het schoolplein en

    uit de duintjes klonken nog kinderstemmen, gegil en vrolijk getetter.

    Ik vond dat ik best gelukkig mocht zijn met mijn twee vriendinnen.

               

      

    Lees meer >> | 16 keer bekeken

  • Meer blogs >>